Tijdens de wedstrijd geen tijd voor het FIP-reglement. Kies de situatie, bekijk de rally, lees het oordeel met regel-verwijzing.
Nee, je mag de bal niet aan de kant van je tegenstander raken. Je racket mág ná de slag over het net doorzwaaien, zolang je de bal aan jóuw kant hebt geraakt en je het net, de palen of de baan van de tegenstander niet aanraakt. Eén uitzondering: als een bal met veel backspin of door de wind vanzelf terugdraait naar de kant van je tegenstander, mag je over het net reiken om hem alsnog te spelen, nog steeds zonder het net te raken.
Dat hangt af van de kant. Aan jóuw kant mag de bal, nadat hij één keer op de vloer is gestuiterd, tegen je eigen glas of hek komen; je speelt hem gewoon van de terugkaats, dat is precies wat padel van tennis onderscheidt. Maar een bal die jíj slaat, moet aan de overkant eerst de vlóér raken: komt hij daar direct tegen het glas of het hek vóór de stuit, dan verlies je het punt.
Ja. Nadat de bal één keer op jouw vloer is gestuiterd, mag je hem tegen je eigen achter- of zijglas laten komen en van de terugkaats terugspelen. Hij mag alleen niet twéé keer op de vloer stuiteren. Het glas is een actieve speler; leren spelen met die terugkaats is een van de belangrijkste padel-vaardigheden, zie de bajada.
De opslag is altijd onderhands. Je laat de bal eerst naast je op de grond stuiteren en raakt hem daarna onder heuphoogte, waarna hij diagonaal in het servicevak aan de overkant moet landen. Overhands serveren zoals in tennis mag niet. Meer over de opslag-tactiek op de opslag-pagina.
Nee. Zodra de bal twee keer de vloer aan jouw kant raakt, is het punt voor de tegenstander. Wel mag de bal tussen de eerste stuit en jouw slag nog tegen je eigen glas of hek komen, dat telt niet als tweede stuit. Juist die combinatie, één vloerstuit plus de glas-terugkaats, geeft je vaak meer tijd dan je denkt.